Vier-gangen-menu: Eolische eilanden

Dit verslag bestaat uit meerdere delen:
1. Vier-gangen-menu: Eolische eilanden (u bevindt zich hier)
2. Silly Sicily
3. Nebrodi en de Etna

Het eerste reisverslag van onze reis door Sicilië en de Eolische eilanden heeft even op zich laten wachten. Wifi in Italië is wisselvallig…

Onze reis ging via Catania en Milazzo als eerste met een draagvleugelboot naar de Eolische eilanden, een groep vulkanische eilanden ten noorden van Sicilië.

We begonnen op Vulcano, waar we meteen onze eerste vulkaan konden beklimmen. Niet echt hoog, maar met een prachtige kraterrand met wat gele zwavelvelden en fotogenieke fumarolen die een stinkende mist verspreiden. Een perfect voorgerecht wat betreft ons vulkanische viergangenmenu. Vulcano heeft een relaxte eilandensfeer, dus we konden meteen aan een rustiger tempo wennen. Bustijden zijn een richtlijn, openingstijden een optie en verkeersregels een suggestie. Wegen zijn gangetjes van anderhalve meter breed, waardoor men hier vooral in driewielers en scooters rijd. Maar er zijn ook maniakale buschauffeurs die met een ruimte van 5 centimeter links en rechts met een minibus met een rotgang door zo’n gangetje karren.

Onze tweede gang was Lipari, zeg maar het hoofdgerecht. Het grootste eiland had een citadel met musea waar we wat konden zien van de geschiedenis van de eilanden. Met name Griekse vazen met schaars geklede voorstellingen en veel obsidiaan-werktuigen. Van dit vulkanische glas kun je prima snijwerktuigen maken. Hier vond Anke ook haar thema van deze vakantie: straatkatten van Sicilië. Overal lopen katten rond. We besloten wat eigen vervoer te proberen en zijn daarna met een Citroën Mehari, een soort grote rode skelter, het eiland rond getoerd. Een wandeling langs een puimsteen-vallei was erg mooi. Overal zijn sporen van vulkanisme, maar Lipari is een oudere vulkaan, dus geen vuur en rook hier.

Qua wildlife zoeken we het hier wat kleiner. Geen beren, maar wel veel hagedissen, grote kevers, hagedissen, bidsprinkhanen (!), hagedissen, gekko’s en hagedissen.

De derde gang was in ieder geval de Primo. De Stromboli. Een piepklein eiland, wat eigenlijk alleen bestaat uit een actieve vulkaan met een klein dorpje aan de voet daarvan. Ondanks weinig slaap, en een slaapverwekkende anti-zeeziektepil besloten om dezelfde dag nog de vulkaan op te gaan. Het is een tocht van 6 uur met een hoogte verschil van 900 meter. Voor onze Nederlandse benen een uitdaging. Anke dacht eigenlijk dat ze het niet zou halen, maar dus toch maar geboekt (bij Magmatrek). Helm en wandelstokken gehuurd, liters water in de rugzak, en met een groep van 20 mensen de berg op. Drie uur bergopwaarts. Om de 30 minuten even een paar minuten pauze. Verstand op nul en doorzettingsvermogen op tien. Op 500 meter hoogte was een punt waar je moest kiezen. Terug of de tocht afmaken. We besloten door te strompelen. Precies volgens planning waren we met zonsondergang op de top. Onze gids bracht ons naar een plek waar we de Zuidwest krater konden zien; de jongste krater die enkele jaren geleden is ontstaan. Helaas was de vulkaan erg nat, waardoor er erg veel stoom was. Dat zorgde ervoor dat we de rode gloed en het magma-vuurwerk minder goed konden zien. We hadden wel regelmatig een regen van vulkanisch zand. Gelukkig waaide de stoom even weg, en kregen we keurig twee uitbarstingen te zien. Indrukwekkend om op een actieve vulkaan te lopen en neer te kijken op een krater.

De terugweg was over een steile helling van ‘kattenbakvulling’. Grof zand waarin je bij elke pas naar beneden gleed. Dat ging lekker snel, maar de zaklamp van Koen liet het afweten, dus hij moest in het pikkedonker achter Anke aan glijden. Er kon niet gestopt worden wegens steenlawine-gevaar. Anke’s bergschoenen waren inmiddels ook overleden, maar het was een heldere nacht, dus het was een bijzondere afdaling met blik op de melkweg.

Als dessert zaten we nog een paar dagen op Salina. Salina is ook een oudere vulkaan: groen en staat vol bougainville, enorme hibiscus, citroenbomen, reuze-oleanders, datura, bananenplanten, joekels van cactussen, granaatappelbomen en… jasmijn. De zoete geur is overweldigend! Na onze avonturen op de Stromboli was elke wandeling hier een eitje. Op Salina ook genoten van het heerlijke eten hier; kaasjes, vis, kappertjes, druiven, enorme perziken, noten, plaatselijke wijn en pistache-likeur – hik.

Inmiddels rijden we al op Sicilië rond, maar daarover later meer. Nu eerst wat foto’s.

Dit verslag bestaat uit meerdere delen:
1. Vier-gangen-menu: Eolische eilanden (u bevindt zich hier)
2. Silly Sicily
3. Nebrodi en de Etna

Één reactie op “Vier-gangen-menu: Eolische eilanden

Geef een reactie