Vier-gangen-menu: Eolische eilanden

Dit verslag bestaat uit meerdere delen:
1. Vier-gangen-menu: Eolische eilanden (u bevindt zich hier)
2. Silly Sicily
3. Nebrodi en de Etna

Het eerste reisverslag van onze reis door Sicilië en de Eolische eilanden heeft even op zich laten wachten. Wifi in Italië is wisselvallig…

Onze reis ging via Catania en Milazzo als eerste met een draagvleugelboot naar de Eolische eilanden, een groep vulkanische eilanden ten noorden van Sicilië.

We begonnen op Vulcano, waar we meteen onze eerste vulkaan konden beklimmen. Niet echt hoog, maar met een prachtige kraterrand met wat gele zwavelvelden en fotogenieke fumarolen die een stinkende mist verspreiden. Een perfect voorgerecht wat betreft ons vulkanische viergangenmenu. Vulcano heeft een relaxte eilandensfeer, dus we konden meteen aan een rustiger tempo wennen. Bustijden zijn een richtlijn, openingstijden een optie en verkeersregels een suggestie. Wegen zijn gangetjes van anderhalve meter breed, waardoor men hier vooral in driewielers en scooters rijd. Maar er zijn ook maniakale buschauffeurs die met een ruimte van 5 centimeter links en rechts met een minibus met een rotgang door zo’n gangetje karren.

Onze tweede gang was Lipari, zeg maar het hoofdgerecht. Het grootste eiland had een citadel met musea waar we wat konden zien van de geschiedenis van de eilanden. Met name Griekse vazen met schaars geklede voorstellingen en veel obsidiaan-werktuigen. Van dit vulkanische glas kun je prima snijwerktuigen maken. Hier vond Anke ook haar thema van deze vakantie: straatkatten van Sicilië. Overal lopen katten rond. We besloten wat eigen vervoer te proberen en zijn daarna met een Citroën Mehari, een soort grote rode skelter, het eiland rond getoerd. Een wandeling langs een puimsteen-vallei was erg mooi. Overal zijn sporen van vulkanisme, maar Lipari is een oudere vulkaan, dus geen vuur en rook hier.

Qua wildlife zoeken we het hier wat kleiner. Geen beren, maar wel veel hagedissen, grote kevers, hagedissen, bidsprinkhanen (!), hagedissen, gekko’s en hagedissen.

De derde gang was in ieder geval de Primo. De Stromboli. Een piepklein eiland, wat eigenlijk alleen bestaat uit een actieve vulkaan met een klein dorpje aan de voet daarvan. Ondanks weinig slaap, en een slaapverwekkende anti-zeeziektepil besloten om dezelfde dag nog de vulkaan op te gaan. Het is een tocht van 6 uur met een hoogte verschil van 900 meter. Voor onze Nederlandse benen een uitdaging. Anke dacht eigenlijk dat ze het niet zou halen, maar dus toch maar geboekt (bij Magmatrek). Helm en wandelstokken gehuurd, liters water in de rugzak, en met een groep van 20 mensen de berg op. Drie uur bergopwaarts. Om de 30 minuten even een paar minuten pauze. Verstand op nul en doorzettingsvermogen op tien. Op 500 meter hoogte was een punt waar je moest kiezen. Terug of de tocht afmaken. We besloten door te strompelen. Precies volgens planning waren we met zonsondergang op de top. Onze gids bracht ons naar een plek waar we de Zuidwest krater konden zien; de jongste krater die enkele jaren geleden is ontstaan. Helaas was de vulkaan erg nat, waardoor er erg veel stoom was. Dat zorgde ervoor dat we de rode gloed en het magma-vuurwerk minder goed konden zien. We hadden wel regelmatig een regen van vulkanisch zand. Gelukkig waaide de stoom even weg, en kregen we keurig twee uitbarstingen te zien. Indrukwekkend om op een actieve vulkaan te lopen en neer te kijken op een krater.

De terugweg was over een steile helling van ‘kattenbakvulling’. Grof zand waarin je bij elke pas naar beneden gleed. Dat ging lekker snel, maar de zaklamp van Koen liet het afweten, dus hij moest in het pikkedonker achter Anke aan glijden. Er kon niet gestopt worden wegens steenlawine-gevaar. Anke’s bergschoenen waren inmiddels ook overleden, maar het was een heldere nacht, dus het was een bijzondere afdaling met blik op de melkweg.

Als dessert zaten we nog een paar dagen op Salina. Salina is ook een oudere vulkaan: groen en staat vol bougainville, enorme hibiscus, citroenbomen, reuze-oleanders, datura, bananenplanten, joekels van cactussen, granaatappelbomen en… jasmijn. De zoete geur is overweldigend! Na onze avonturen op de Stromboli was elke wandeling hier een eitje. Op Salina ook genoten van het heerlijke eten hier; kaasjes, vis, kappertjes, druiven, enorme perziken, noten, plaatselijke wijn en pistache-likeur – hik.

Inmiddels rijden we al op Sicilië rond, maar daarover later meer. Nu eerst wat foto’s.

Dit verslag bestaat uit meerdere delen:
1. Vier-gangen-menu: Eolische eilanden (u bevindt zich hier)
2. Silly Sicily
3. Nebrodi en de Etna

Foto’s Rondreis IJsland staan online

In september 2014 waren Anke en ik in IJsland. Het is ons gelukt om uit de vele foto’s de (naar onze bescheiden mening) beste exemplaren te selecteren. Bekijk het resultaat op eenofandere.com.

Surf je mobiel (smartphone, tablet of laptop), dan zijn de foto’s prettiger te bekijken via deze link: eenofandere.com/?m=1

Had je onze reisavonturen door IJsland nog niet gelzijn hier te lezen:
1. Lost & found in IJsland
2. De elementen in IJsland
3. Hot water – on the rocks

Hot water – on the rocks [3/3]

We zijn alweer terug in Nederland. Tijd voor ons laatste verslag van onze reis door IJsland.

Dit verslag bestaat uit meerdere delen:
1. Lost & found in IJsland
2. De elementen in IJsland
3. Hot water – on the rocks U bevindt zich hier
4. De foto’s – op eenofandere.com

We waren gebleven in Dalvik, op het terras rondom ons huisje, waar de volgende ochtend na de Noorderlichtshow, de sneeuwhoenders en lijsters de buitenboel roze kleurden met vogelpoep. Jawel, het is bessentijd! Het staat er hier vol mee en ze zijn heerlijk.

Vandaag staat een tocht op het programma over de Tröllaskagi Peninsula, naar Siglufjörður en Ólafsfjörður, jawel, fjorden dus. Het was allemaal prima bereikbaar met wat tunnels, maar daardoor zag je weinig van de omgeving. We besloten dus via de bergpas terug te rijden, wat een mooie route was over de zoveelste onverharde weg.
Ons afscheid van het Noorden bestond uit weer een dag met Gedoe. In de ochtend moesten we eerst in Akureyri een sleutel ergens ophalen van ons volgende huisje. (“Sorry, die waren we vergeten toen jullie de boel kwamen ophalen…”) Daarna moesten we naar De Garage, want onze auto begon ondertussen op een kerstversiering te lijken. Er begonnen allerlei lampjes te branden, maar gelukkig nog niets rood of knipperend. (1 lampje ging juist uit als we door de een rivier reden(!) We zijn inmiddels volleerde river-crossers.) Toch maar even naar laten kijken, dus het ochtendprogramma was De Garage. Er bleek niets aan de hand, alleen een overgevoelige Ford (die zijn nogal scheutig met Waarschuwingen).

In de middag gingen we op zoek naar zeehonden op het schiereiland Vatnsnes. Prachtig, ruig, afgelegen, en inderdaad woonden daar de zeehonden. Helaas konden we niet echt dichtbij komen, want het was blijkbaar de tijd van ‘in de baai rondhangen met je neus in de lucht’. Het was al laat, dus op weg voor ons huisje in het westen.

Onze Ford vond helaas van niet. Na een paar kilometer ging er nog meer dashbord-feestverlichting aan, en toen viel ineens alle elektriciteit uit en kon Anke de auto nog net aan de kant van de zandweg krijgen… Starten, niks, starten, tweehonderd meter rijden, auto valt uit, nog meer lampjes, bellen met verhuurbedrijf, nog meer bellen, wachten, meer bellen. De oplossing: er wordt een andere auto gebracht vanuit Reykjavik, met een verwachtte aankomsttijd van over ongeveer drie en een half uur. (Alweer een Ford die onder Anke’s handen is overleden.) Zo stonden we dus bijna zes uur in deze prachtige, ruige en vooral zeeeeeer afgelegen omgeving, waar het koud was zonder verwarming, en pikkedonker. Rond 1 uur in de nacht zagen we twee verlossende lampjes onze kant op komen, en konden we verder rijden naar ons huisje, waar we rond half drie in de nacht aankwamen.

De volgende dag hebben we wat uitgeslapen en zijn we in onze gloednieuwe Nissan Qashqai naar wat watervallen gaan kijken. In de omgeving van Bifröst liggen veel watervallen, warmwaterbronnen, lavatunnels en andere overblijfselen van de heftige vulkaanuitbarstingen die hier geweest zijn.
Ook het Snaefellsnes schiereiland is prachtig en heeft lavavelden waar wat meer begroeiing in de vorm van gras is. Prachtige enorme bergen met een gletsjer, de Snaefellsjökull, steile kliffen waar je door hele smalle kloven kunt lopen tussen het felgroene mos, en basaltformaties in de opspattende zee waar een beeldhouwer trots op zou zijn. Het is hier duidelijk waarom de plaatselijke beschermheilige een trol is de Baldur heet. En ’s avonds alweer Noorderlicht in de hotpot…

Ons laatste huisje lag wat meer in de bewoonde wereld. Het grootste gedeelte van de 300.000 IJslanders woont in het zuiden. Toch ben je ook hier bijna alleen, als je even van de gebaande paden af gaat (en wat niet moeilijk is: neem elke willekeurige afslag van de 1…)
Tijd voor weer wat geothermische activiteiten. Op Reykjanes is een prachtig veld ‘Seltún’ vol fumarolen, kokende modder, sputterende plasjes en aarde in de meest vreemde kleuren blauw, groen, grijs, oker en rood. Op het puntje van het schiereiland vind je de Gunnuhver, de grootste kokende modderpoel van IJsland. Door aardbevingen is het inmiddels veranderd in een soort constante Geiser waar een flinke stoot super heet water onder grote druk uit spuit. Er ligt een dramatische afgebroken bruggetje in. Getuige van de constant veranderende landschappen hier. Zo ben je een modderpoel, en dan een geiser. Zo heb je een boerderij met vruchtbaar land, en zo een waardeloze modderboel vol met as…

Ook hebben we nog even gekeken naar de grootste trekpleisters van IJsland: de Geysir en de Gullfoss. De eerste viel wat tegen. Een geiser, ja, en wat borrelend water er om heen, maar de omliggende boerderijen, enorme restaurants en souveniershops deden wat afbreuk aan de ervaring. De Geysir zelf hebben we niet zien uitbarsten. Die doet het nog maar twee keer per dag sinds wat toeristen er takken en stenen in hebben gegooid. Een aardbeving deed de rest. De Strokkur is minder imposant, maar spuit wel keurig om de 5 minuten een 30 meter hoge wolk van stoom en water.

De Gullfoss is een mooie waterval, maar ook daar was het redelijk druk. We besloten weer tot een onverharde uitstap in de middag naar Kerlingarfjöll. De Kjalevegur, de weg naar het Noorden dwars door de binnenlanden, bleek echter een misselijkmakende verzameling kuilen waar je hobbelend, slinger-de-slanger, met 30 kilometer per uur probeerde om je lunch binnen te houden. Onze ingewanden vonden de tocht wat minder, maar de uitzichten waren spectaculair. Vergezichten in pastel, bergen vol groen, bijna lichtgevend mos, watervalletjes, lavavelden, lege vlaktes met steen, allemaal overgoten door een sausje van wolken en zonlicht.
Door tijdgebrek hebben we de Kerlingarfjöll niet bereikt. Na twee uur hobbelen waren we er nog steeds een uur hobbelen vandaan, en omdat er dus geen tijd meer was, besloten we de twee uur terug te hobbelen. Kerlingarfjöll is een mooi gebied, maar net iets te ver weg.

De laatste dag hebben we vanwege het slechte weer doorgebracht in Reykjavik, een stadje met toch echt een ‘hoofdstad’-gevoel, ondanks dat het zo groot is als Tilburg. Anke wilde een echte IJslandse trui, en verder ook nog wat gewinkeld – wat niet echt leuk is in IJsland, aangezien alles echt heel erg duur is. Als laatste hebben we nog wat tijd doorgebracht in het Nationale Museum, waar vooral was te zien hoe zwaar de bevolking het moet hebben gehad met vulkaanuitbarstingen, weersomstandigheden, onderdrukking, ziekte en honger. Het heeft een stoere en erg vriendelijke groep mensen opgeleverd. Het ruigste van allemaal zijn hier echter de schapen. Ze zijn overal tussen de lavablokken te zien, behalve in de meest ruige gebieden. In weer en wind, overal waar je gaat, wordt je nagekeken door drie herkauwende bolletjes wol.

Het weer was inmiddels duidelijk minder geworden, en er hing een groot pak met wolken boven het zuidwesten. Op onze laatste avond besloten we toch nog even te genieten van de hotpot. Terwijl we omhoog keken naar het wolkenpak ontstond er ineens een gat in de wolken. Er verschenen wat sterren en een keurig mooi noorderlichtgordijntje kwam nog even afscheid nemen. Na vijf minuten was het weer over.

We hebben nu in elk huisje een keer noorderlicht gezien, dus zes keer deze reis. Bofkonten! IJsland is een wild, woest, waanzinnig mooi land. Het is avontuurlijk, bijzonder, puur en magisch. Veel te veel foto’s…

Dit verslag bestaat uit meerdere delen:
1. Lost & found in IJsland
2. De elementen in IJsland
3. Hot water – on the rocks U bevindt zich hier
4. De foto’s – op eenofandere.com

De elementen in IJsland [2/3]

Dit verslag bestaat uit meerdere delen:
1. Lost & found in IJsland
2. De elementen in IJsland U bevindt zich hier
3. Hot water – on the rocks
4. De foto’s – op eenofandere.com

Inmiddels zitten we in het Noorden van IJsland, maar eerst nog even onze avonturen in de Oostfjorden.

Onze toch ging verder via Svinafellsjökull (gletsjer) en Höfn (haven) naar Stöðvarfjördur (fjord). De Oostfjorden zijn een verzameling fjorden waar je prachtig slinger-de-slanger doorheen kunt rijden. Overal ruwe bergen, bedekt met groen mos en witte schaapjes en in elke baai een vissersdorpje. PPPitoresk.
Seydisfjördur is een dorp met mooie gekleurde houten huisjes tussen de besneeuwde bergtoppen. In Borgarfjördur was de Alfaborg, waar de koningin van de elfen woont, bij wie we even op audiëntie mochten. In IJsland geloven veel mensen naast God ook in elfen, trollen, etc. Als je hier zo rond rijdt, zijn de elfen ook veel geloofwaardiger dan God. Mysterieus, vreemd en vol onverklaarbare energieën.

Je dag eindigen in een hot-tub is ook bijzonder prettig. Vooral als het noorderlicht dan begint. Time-lapsje aangezet op de camera en weer het bad in… Dat voelt wel erg decadent.

Van de ijsschotsen in Jôkulsarlón naar een bergtop (de Snaefell), waar je naar de uitbarstende vulkaan de Holuhraun kon kijken. De elementen zijn hier goed vertegenwoordigd. Een flinke tocht met onze Ford door de bergen, gedeeltelijk over een bergpad vol kuilen en stenen, ging naar de dichtst bij zijnde plek waar je de uitbarstende vulkaan kon zien. Het is een soort vulkaan waar de lava niet omhoog spuit, maar meer gulpt. Weliswaar van een flinke afstand, maar je zag keurig de rode gloed van het vuur en brandende magma, en een grote rookwolk van o.a. sulphur wees aan waar je moest kijken. Fantastische ervaring. (We ontvangen regelmatig waarschuwingen op onze iPhone dat we de ramen dicht moeten houden vanwege de hoge toxische levels van zwavel. Euh… de airco maar uit dan?)

Het element water vonden we in de Dettifoss, de krachtigste waterval van Europa (het meeste ‘volume’ water), waar 193 kubieke meter water per seconde over de rand dondert. Een gravelweg (tuurlijk) ging naar een gebied in het noorden waar een ‘bos’ is – echt een bijzonderheid in dit land. Na een half uur lopen waren we er doorheen. De weg die we wilden volgen was afgezet i.v.m. de kans op een vloedgolf van smeltwater vanaf de vulkaan. We moesten een stuk omrijden, maar zijn nu gelukkig over de brug, die bij een overstroming zou zijn weggevaagd (we zouden even 1300 km om moeten rijden in dat geval…) In de lucht was constant een roodbruinige wolk te zien die uit de vulkaan komt. Geeft een licht dreigend en spannend tintje aan de reis.

Volgende stop was Mývatn (meer van de muggen – inderdaad…) een prachtig meer, waar de omgeving is vormgegeven door allerlei vulkaanuitbarstingen. Geologie met hoofdletter. Pseudo-kraters, gewone kraters, vreemd gevormde lava-formaties, grotten met heet water en prachtig rood en geel gekleurde aarde waartussen kokende poelen, stomende gassen en borrelend modder te vinden is. Oude lagen over nieuwe lagen lava hebben het meer gevormd, waar overigens ook veel vogels rondhangen. Weer een feest voor fotografen, dus we klikten ons een prachtige weg om het meer heen.

Inmiddels zijn we in Dalvik waar we in een huisje zitten met een enorme raampartij die uitkijkt over de baai. Gisteren hebben we in de stralende zon een walvistocht gemaakt door diezelfde baai, waar we een uur lang hebben rondgehangen met 4 bultrugwalvissen. Ze kwamen zelfs naar de boot toe, zodat we ze van dichtbij konden bekijken. Sta je daar met je enorme telelens! Euh, da’s dichtbij… Waar is m’n groothoeklens? Het was een tocht met een kleine groep en op de terugweg mochten we nog even zeevissen. De kapitein wist natuurlijk waar hij moest stoppen, maar Anke heeft, net als in Nieuw-Zeeland, weer de meeste vis boven gehaald! (Als dat niks meer wordt met die video en fotografie, dan kan ze altijd nog visser worden 😉 ).
Op weg naar de haven werd de kabeljauw schoongemaakt, en bij aankomst meteen op de BBQ gelegd, zodat we onze tocht konden eindigen met zelf gevangen en zeer verse vis. Heerlijk.

In de middag nog lekker door een moeras rond gedabt, op zoek naar wat vogels en daarna hoopvol naar ons huisje, want de lucht was wolkenloos… En ja, om 10 uur in de avond begon een spectaculaire noorderlichtshow, pal boven ons hoofd! Fel groen en donkerrood, met snel bewegende dansende gordijnen. Met dekens om ons heen zijn we op het houten terras gaan liggen waar we een uur konden genieten van de show. Het was adembenemend!

Inmiddels zijn de wolken weer terug, en maken we ons op voor het vertrek naar het zuidwesten…

Dit verslag bestaat uit meerdere delen:
1. Lost & found in IJsland
2. De elementen in IJsland U bevindt zich hier
3. Hot water – on the rocks
4. De foto’s – op eenofandere.com

 

Lost & found in IJsland [1/3]

Dit verslag bestaat uit meerdere delen:
1. Lost & found in IJsland U bevindt zich hier
2. De elementen in IJsland
3. Hot water – on the rocks
4. De foto’s – op eenofandere.com

Een voorspoedige vlucht naar IJsland eindigde in een hoop Gedoe…

Ons autoverhuurbedrijf was niet te vinden. Na veel zoeken bleek er iemand op ons te wachten die ons mee zou nemen naar Keflavik. Bij het autoverhuurbedrijf bleek dat Anke haar portemonnee met creditcard, rijbewijs en geld kwijt was. K#dt! Verder waren een paar auto’s zwaar beschadigd geraakt omdat ze meegesleurd waren door een rivier (!), dus ze kwamen wat auto’s te kort… Auto 1 bleek ook stuk. Auto 2 geleend om naar het vliegveld te gaan voor mijn portemonnee. Helaas is de Lost en Found alleen open van 9.00 tot 12.00 uur. Auto 3 om naar Reykjavik te rijden, waar auto 4 op ons stond te wachten. Die was min of meer gerepareerd… Dus wij met onze Ford Escape de binnenlanden in naar ons eerste huisje. Daar kwamen wij in het donker aan, en toen werkte de toegangscode van het huisje niet… Uiteindelijk zijn we binnen gekomen via wat telefoontjes en een reservesleutel. Het was inmiddels 10 uur ’s avonds en wij hadden het een beetje gehad… En toen zagen we het noorderlicht! Wat een mooi einde van een hectische dag.

De volgende ochtend hadden we goed weer en kregen we goed nieuws: Anke’s portemonnee was gevonden! Het ochtendprogramma was dus een tocht heen en weer naar Keflavik airport. Na terugkomst kon onze vakantie beginnen! Allereerst een bezoek aan de actieve vulkaan de Hekla: onze buurman. De actiefste vulkaan van IJsland, terwijl een uitbarsting al plaats had moeten vinden. Dat geeft net dat beetje extra spanning aan je wandeling. Overigens is de vulkaan die nu bezig is nog steeds lava aan het uitspugen, maar nog geen grote uitbarsting.

Een dag later was de Landmannalaugar aan de beurt. Hiervoor moesten we 45 kilometer nog verder de binnenlanden in, over een onverharde ruwe grindweg en zelfs door een paar rivieren. Er kwam wat stoom van onder de motorkap vandaan, maar coureur Koen bracht het er prima van af.
Het is een prachtig gebied met ryolietgebergte, in de kleuren rood/beige/groen/zwart/geel. Af en toe bracht een zonnetje de kleuren mooi tot leven. De tocht ging de bergen in, langs fumarolen en obsidiaanvelden. Een flinke tocht, maar thuis wachtte de sauna.

Tijd voor ons volgende huisje in Kirkjubaejarklaustur (vertaald: kerkboerderijklooster). De route stond in het teken van water. Het regende, en we bezochten een paar mooie watervallen onderweg. Ook kwamen we langs de Eyjafjallajökull (weet u het nog?), een gletsjer, waaronder in 2010 een vulkaan was uitgebarsten en het vliegverkeer ontregelde. Het zuidoosten van IJsland licht vol met lava en het is er kaal en leeg. Het heet dan ook ‘verlaten land’ en is het gevolg van een vulkaanuitbarsting in 1783 die 8 maanden(!) duurde. Eindeloze kilometers met alleen lava, zwart steen en groen mos heeft ook een zekere schoonheid.

In Vatnajökull National Park een flinke wandeling gemaakt over de Skaftafell (berg), over heide, langs een waterval, wat kleine berkenbomen (er is nauwelijks bos in IJsland), stroompjes, en door een enorme zwarte zandbak/asbak.
Ook langs de Skaftajökul, een gletsjer die helaas helemaal in de mist lag. Wel prachtige drijvende ijsschotsen in de mist in het gletsjermeer. Spooky en zeer fotogeniek.

We hadden de smaak van de ijsschotsen te pakken dus een bezoek aan de Jôkulsarlón stond de volgende dag op het programma. Het regende weer (of nog steeds?) maar toen we bij het meer aankwamen kwam er een goddelijk zonnetje door de wolken heen. Jôkulsarlón is een gletsjermeer van 15 km2, wat vol ligt met afgekalfde stukken ijs van een enorme gletsjer: Breiðamerkurjokull (met drie keer woordwaarde). Er waren ijsschotsen van allerlei formaat, kleur en textuur. Wit, lichtblauw, doorzichtig en allemaal keurig drijvend in een steeds veranderend schouwspel van licht, water, ijs, wolken en bergen. Daar doorheen zwommen wat zeehonden die af en toe nieuwsgierig kwamen kijken naar die twee kwijlende fotografen. Een fotografenparadijs. Alhoewel zeer toeristisch had je het meer bijna voor jezelf als je een stukje langs het strand liep.

Morgen vertrekken we naar de Oostfjorden. We komen dan weer langs Jôkulsarlón (dat ijsschotsenmeer), dus dat kost weer aardig wat mMB’s aan foto’s…

Dit verslag bestaat uit meerdere delen:
1. Lost & found in IJsland U bevindt zich hier
2. De elementen in IJsland
3. Hot water – on the rocks
4. De foto’s – op eenofandere.com

Sneeuwsprookje in Lapland

We zijn weer veel te snel terug van ons Laplandse avontuur. Maar, het was een sprookje…

Vorige week zondag vlogen we eerst naar Rovaniem, en daarna door naar de kleine luchthaven van Ivalo. Onze hut (met sauna!) stond in Kiilopää, bij het Urho Kekkonen national park, in the middle of nowhere. Er werd elke dag voor ons gekookt, dus we konden voluit genieten van de sneeuwactiviteiten. Zeker handig, omdat er in de directe omgeving geen winkel te vinden was, en er maar 1 bus per dag naar de bewoonde wereld ging.

Finland is momenteel bedekt met een dikke laag sneeuw en die heeft het landschap veranderd in een fonkelend sprookjeslandschap. De sneeuwvlokken waren flinterdun, dus als het sneeuwde, dan leek het alsof er diamanten schilfers door de lucht zweefden als het licht erop viel. Ook op de bomen zat een laag sneeuw, zodat je door een wit glinsterende wereld liep.

Mooi, al die sneeuw, maar effe een wandelingetje maken is een hele onderneming. Alleen al omdat het 5 minuten duurt voor je je in je trui, fleecejack, jas, sjaal, muts, hanschoenen, twee paar sokken, gevoerde laarzen en skibroek of thermo-overall hebt gehesen.
De temperatuur varieerde van -12 tot -25, maar voelt gewoon altijd koud. Als de temperatuur hoger is, dan waait het altijd meer, en is de ‘gevoelstemperatuur’ zeker 10 graden kouder. Als het kouder is, dan waait het minder, maar is het gewoon wel -25 graden… Overigens viel de kou wel mee, dankzij de thermo-overall.

Transport is dus soms moeilijk, maar de Finnen zijn zeer vindingrijk, en transport is juist wat ze toeristen aanbieden. Scooters, rendieren, husky’s, ski’s… Allemaal leuke manieren om je in de sneeuw te verplaatsen. Duur, maar absoluut een ‘must’ voor het echte laplandgevoel.

Eerst stond een sneeuwscootertocht op het programma. Stoer, maar ook wel luidruchtig. Favoriet was de huskytocht, waarbij je om de beurt de slee bestuurt. We hadden een snel span, en staand op zo’n slee, met de wind in je bevroren haren voel je je toch meer één met de natuur.
De rendiertocht met de Sami onder de sterren was rustig, maar erg koud, aangezien je stil zit. Prachig om de sterren boven je te zien terwijl je langs de bomen glijd. Helaas hadden een paar flitsende Aziaten het niet helemaal begrepen, waardoor de tocht soms in een fotoflits-disco veranderde.

Wandelen in 60 centimeter sneeuw los je op door sneeuwschoenen aan te doen. Het is zwaar werk, maar loont de moeite! We hebben heerlijke tochten door de heuvels gemaakt.
Langlaufen hebben we ook geprobeerd, maar Anke en ski’s gaat niet zo lekker samen, en Koen gaat liever snel een berg af. Het viel dus onder de categorie ‘Leuk om een keer gedaan te hebben’.

En dan natuurlijk het noorderlicht. Er gaan aardig wat mensen weg uit Lapland, zonder het noorderlicht te hebben gezien, en alhoewel niet erg krachtig, hebben wij bofkonten wel 3 avonden kunnen genieten van het noorderlicht!
We moesten er vele uren voor wachten in de kou op een berg, maar het was geweldig. Met en groepje Nederlanders hadden we een ‘noorderlicht-wachtschema’, waardoor ieder een uur op de heuvel zou zitten, en rondbellen als er iets te zien was. Dan hees je je in je kleren en strompelde je in het donker de berg op, met je camera en een kloppend hart.

Om het noorderlicht te zien heb je uiteraard zonnewind nodig, maar ook een plek zonder licht, dus buiten de stad, en bij voorkeur niet bij volle maan. En dan de grote spelbreker: wolken. Het moet ook nog helder zijn. En vaak is het even wat heftiger, maar het gaat, net als gewone wind, dan ook weer liggen, dus je moet op het juiste moment op de juiste plek zijn.

Dat laatse zorgde voor een klein drama. Op het moment dat het Noorderlicht op z’n mooist en felst was tijdens ons verblijf, was Anke beneden, en stond Koen op de berg. Beneden is het door het licht van de hutten minder goed te zien. Voor Anke de overall aan had, en de berg opgestrompeld was, was er al een kwartier voorbij. Er was nog wel wat te zien, maar wat minder fel, en dat was uiteraard erg jammer.


Even een opmerking
Noorderlicht ziet er ‘met het blote oog’ niet zo uit als op de foto’s. Gelukkig wisten we dat, maar er waren ook wat teleurgestelde mensen. Je ziet vaak wat slierten groenige wolken, maar als je er dan een foto van maakt blijkt het knalgroen te zijn, met soms wat rode gloed erboven. De kracht bepaalt ook wat je ziet. Het kan een wolk zijn, waaraan je niet ziet dat het noorderlicht is, of een compleet vuurwerk. Wij hebben (op een schaal van 10) kracht 3, richting 4 gezien. Dat is ook met het blote oog te zien, maar dus anders dan op de foto.

Dat neemt allemaal niet weg dat het een fantastische reis was, met sneeuw, sterren, rendieren, husky’s, sneeuw, aardige mensen, prachtige wandelingen, sneeuw, sauna’s, sneeuw, bomen, sneeuw en noorderlicht! noorderlicht! noorderlicht!… en sneeuw.

En nog meer foto’s!

Watervallen en hot tub

En toen was het gedaan met het mooie weer. Het ging ook wel wat vervelen, al die zon en warmte. Een bui en wat wolken is weer eens wat anders.

We wilden bij Lake Moraine gaan wandelen, maar daar waren wat grizzlies met jongen, waardoor het verplicht was om met minimaal 4 mensen het bos in te gaan. We hebben twee keer een half uur gewacht bij het begin van twee wandelingen, maar er waren alleen mensen die snel een foto wilden maken, en daarna weer weg gingen… Helaas werd het dus een korte wandeling langs het meer. De gele bladeren staken prachtig af tegen de fel groen-blauwe kleur van het water.’
Gelukkig konden we ons vermaken met wat Pika’s. Een soort hamsterachtig beestje dat tussen de steenblokken leeft, en graag als een soort lion king op de rand van een steen staat. Ook kleine dieren zijn zeer vermakelijk en fotogeniek. De ‘dipper’, een vogeltje dat steeds op en neer wipt en in en uit het water vliegt.
Ook op de Kicking Horse Trail vonden we niet de elanden die we zochten, maar wel de grey jay, die vaak niet zo bang is voor mensen, en dus prima te fotograferen is. Verder zijn er spechten, chipmunks en grondeekhoorns die allemaal erg leuk zijn.

De volgende dag stond er een kudde moeflons’s op de weg naar Yoho National Park. Het zijn vaak de smalle bergpassen die al eeuwen door de dieren gebruikt worden. Helaas is dat voor mensen ook een prima plek om een snelweg neer te leggen.
Eerst een bezoekje aan Wapta falls. Deze waterval is naar Canadese maatstaven niet erg groot, maar het was een fijne wandeling.
We bezochten ook een oude bekende; de Takakkaw falls. Het betekent: Magnificent & awe-inspiring, en dat is het zeker. Deze 254 meter hoge waterval is een van de hoogste van Canada.

Bij Lake Louise zijn we altijd snel weg gevlucht door de hordes homo sapiens die daar te vinden zijn. We besloten deze keer dapper te zijn, en ons een weg te vechten door de massa’s. Wat dikke Duitsers aan de kant duwend, en tussen de bedrijven door op verzoek nog wat Aziaten op de foto gezet, ja, smile, peace-tekentje, ja mooi meertje op de achtergrond, en weer door! De twee kilometer naast het meer waren in 20 minuten afgelegd, en daarachter begon een prachtige wandeling door de Plain of six glaciers.
Het was er tamelijk druk, en een theehuisje op enkele kilometers deed ook wat afbreuk aan het wildernis-gevoel, maar het was niettemin prachtig. We bleven de rotsen in het alpiene landschap in de gaten houden, op zoek naar mountain goat. Deze grote, vreemd gevormde, spierwitte geiten houden van hoogte, kou en sneeuw. We zaten hoog, het was koud en het begon zowaar te sneeuwen en te hagelen. Yep, en daar stond hij. In de verte, maar duidelijk een geit die ons in de gaten stond te houden. Toen kwam helaas ook de mist en had er op een paar meter afstand een hele kudde geiten kunnen staan, maar die zouden we niet gezien hebben.
Op eerdere reizen hebben we hem van dichterbij gezien, en we beseffen soms pas later hoe bijzonder die ontmoeting eigenlijk was.

Op de laatste dag in Golden zijn we nog naar het Northern Lights wolfcentrum geweest. Daar kun je wolven zien, en geven ze voorlichting over deze belangrijke dieren. Over demoniseren gesproken… die gebroeders Grimm hebben de wolven geen plezier gedaan. Wolven vallen mensen namelijk niet aan (misschien als ze hondsdolheid hebben) maar ze worden massaal afgeslacht door mensen. En overal waar dat gebeurd verdwijnen uiteindelijk de bevers, wapitiherten, elanden etc. In Yellowstone hebben ze zelfs weer wolven uit Canada terug uitgezet om het ecosysteem weer gezond en het wildlife weer terug te krijgen. In Canada en de USA blijven ze gewoon wolven afschieten en vergiftigen…
We hebben inmiddels wel 1 en een kwart wapitihert gezien. De wolven werden namelijk net gevoerd, en het was een bijzondere dag. Ze kregen een kwart hert, compleet met huid en ingewanden… Bijzonder om te zien, en te ruiken…. Misschien wat parental advice voor de foto’s…

Onze laatste etappe ging via Glacier National Park en Revelstoke naar de Shuswap regio, midden in British Columbia, ten noorden van de Okanagan vallei. Daar stond een houten huisje met een hot tub ernaast, waar we nog een paar laatste dagen konden doorbrengen. Wandelingen gemaakt in o.a. Enderby cilffs provincial park en daarna lekker in het donker in de hot tub gezeten, naar de sterren staren. Zowaar nog een zwarte beer gezien (niet in de hot tub, maar langs een maisveld!) wat het totaal dit jaar op 32 beren brengt! Het is dus nog allemaal wel goed gekomen met die beren.

Meren in de Rockies

Na ons noordelijke avontuur was het tijd voor de Rockies.

Een lange weg via Prince George (houthakkersstadje) naar Jasper; Anke’s favoriete plek op aarde. Rijden in Canada is een hele andere bezigheid dan in Nederland. De wegen zijn relatief leeg, de automobilisten beleefder, het landschap prachtig, kans op beren en ander wildlife langs de weg. Een paar honderd kilometer meer of minder maakt hier niet uit.

Bij aankomst in Jasper wachtte ons een verassing… waar waren de wapitiherten (Elk)? In voorgaande jaren struikelde je over die enorme herten voordat je Jasper binnen kwam. Nu geen hert te bekennen… Eerst maar even ingecheckt in onze blokhut met sjieke badkamer en toen meteen op jacht. We vonden welgeteld 1 hele wapiti; een jong mannetje. Daar bleef het dit jaar bij…

Eerst maar even hallo gezegd tegen een oude bekende: Medicine Lake. Dit meer loopt in de lente vol met smeltwater en regen, om vervolgens, heel langzaam, als een badkuip weer leeg te lopen. In een hoek van het meer kun je het zelfs weg horen borrelen. Via onderaardse gangen komt het kilometers verderop weer uit in een meer. Koen kon hier leuk spelen met zijn zelfgemaakt ‘teletijdmachine’. Een motortje trekt heel langzaam een karretje over een zelfgemaakte dolly. Fototoestel op het karretje en om de paar seconden een foto. Als je die dan achter elkaar zet als een filmpje krijg je bijvoorbeeld 20 seconden voorbijtrekkende wolken, terwijl de voorgrond beweegt. Zoals ze hier zeggen: awesome!

Vervolgens naar Maligne lake. Op weg daarnaar toe zagen we een zwarte beer met 3 jongen! Toeristen veranderen in totale idioten als het om wildlife gaat. Ja, een foto is super, maar wij houden enige afstand, en blijven in of bij de auto. Er zijn mensen die naar een zware beer toelopen, en van een paar meter afstand met zo’n k*t-cameraatje met flits een foto maken. Een moederbeer kan erg gevaarlijk zijn, en als het beest aanvalt om z’n jongen te beschermen, dan wordt de beer zeer waarschijnlijk afgeschoten.

Tijd voor een ontspannen wandeling bij Maligne lake. Het was weer drukker dan de vorige keer. Helaas hebben meer mensen ontdekt hoe geweldig het hier is. De meeste bezoekers zijn bussen met Aziatische mensen die in hordes uit een bus rennen om wat foto’s te maken en dan na 15 minuten weer vertrekken. ‘Doing Canada in a week’. Als je gaat wandelen ben je zo weer alleen.
De wandeling voerde ons deze keer naar de Bald hills. Eerder deze vakantie hebben we ook gewandeld in zeer beerrijke omgeving, dus voor het eerst dit jaar maar beerspray gekocht; een soort pepperspray. Die hangt in een houder heel stoer aan Koen’s broek. Hij loopt hier als John Wayne over de wandelpaden.
Langs het wandelpad stonden heel veel bessenstruiken, en op het pad lag het vol met berenpoep. De bessen waren nog niet eens goed verteert, wat de chipmunks een ware lekkernij vonden. Mooi toch, al die recycling hier. Overigens geen beer gezien daar.

Nog even naar Moose lake om het af te maken. En daar gaat onze theorie. Die was namelijk dat bij plekken die vernoemd zijn naar dieren, nooit die betreffende dieren te vinden zijn. Deer-river; geen hert te zien. Bear-mountain; geen beren. Beaver-pond; rimpelloos en leeg… In Moose-lake… zwom een eland! Een vrouwtjeseland zwom heen en weer om te grazen van de waterplanten, onderwijl allerlei smakelijke smakgeluidjes makend. Ze genoot er duidelijk van. Ze was ook niet echt bang, dus we konden dichtbij komen en haar van alle kanten om het meertje heen fotograferen. We gingen rustig zitten en ze besloot direct naast ons uit het water te komen. We moesten zelfs even aan de kant gaan om haar wat ruimte te geven. Het is verboden naar wilde dieren toe te lopen, maar wat doe je als je zo stil zit dat ze bijna over je heen wandelen…
Na een uur begon het echt donker te worden. Bij Moose-lake zagen we een paar jaar terug van zeer (te) dichtbij een grizzly. In het donker daar rondhangen leek ons niet zo verstandig, dus namen we afscheid van ons fotomodel.

We meren wat af in Jasper National Park. In de ochtend een wandeling bij Patricia Lake waar wat bevers een prachtige burcht hadden gemaakt. Er zwommen er een paar in de verte. Een picknick bij Pyramid Lake, en natuurlijk Anke’s favoriet: Jasper lake. Dit prachtige meer in pasteltinten wordt grotendeels genegeerd door de toeristen, omdat het een beetje verscholen ligt achter een duin. Heerlijk rustig, op wat kuddes moeflons (bighorn sheep) na. Een kudde mannetjes was alvast aan het oefenen voor de grote testosteron-wedstrijd. Er werd wat vriendschappelijk geramd.

Dit jaar ook maar eens een bezoek gebracht aan Mount Robson Park. We reden er eigenlijk altijd doorheen, maar nu was het tijd voor een nader onderzoek. Alweer een meer op het menu, namelijk Kinney Lake.
Ook hier weer een smakelijk bos. Letterlijk, want het staat vol bessen en wel honderden soorten paddestoelen. Mount Robson liet zijn top niet helemaal zien, maar zo’n wolkenmuts is ook wel decoratief. Hier dragen de bergen ook regelmatig een wolkenboa. Zeer fotogeniek.
De herfst laat zijn prachtige kleuren zien en overal zit mos. Wat een rijkdom hier.

Na een laatste bezoek aan Jasper Lake via de geweldige Icefields Parkway verder naar het zuiden. Deze weg vol gletsjers hebben we vaker gereden, maar het blijft een van de mooiste stukjes asfalt ter wereld. Overal bergen, gletsjers, watervallen, rivieren en bossen, en dit alles in superlatieven.
Een wandeling van een paar uur op de Parker Ridge Trail, omhoog naar een fantastisch uitzicht over de Saskatchewan gletsjer.
En de zon schijnt nog steeds.

Inmiddels zitten we in Golden, in Kicking Horse mountain resort. Dit is een groot skigebied, wat nu praktisch verlaten is. Voor weinig geld hebben we een enorm appartement, met een badkamer die zo groot is als de gemiddelde motelkamer. Er zijn ongeveer 10 gasten in deze enorme ‘mountaineer lodge’. Lekker rustig. Na een heerlijke wandeling lekker in het enorme ligbad… wijntje erbij… haardvuurtje aan… Awesome!

Wildlife viewing

Na een paar dagen slechte internetverbinding is het weer hoog tijd voor een reisverslag.

We zijn inmiddels aardig wat beren verder. En de zon schijnt nog steeds.
In Stewart en Hyder (spookdorpje in Alaska) draait het dus vooral om de beren en ander wildlife. We wilden eens een andere manier van wildlife fotograferen proberen. Niet het soort waarbij je ernaar zoekt, maar waar je wacht tot het naar je toe komt.

Eerst even wat over het ‘wildlife-viewing’. Wat we meestal doen is verblijven op locaties met veel wilde dieren. Dan ga je rondrijden en wandelen op plekken waar je kans hebt ze tegen te komen. Dit doe je dan rond de tijdstippen dat je de meeste kans hebt: vroeg in de ochtend, en de laatste uren voor zonsondergang, en dan blijf je een tijdje rondhangen op een potentiële plek. Zo zie je redelijk wat dieren, maar die zijn vaak bang voor mensen, want er wordt ook op ze gejaagd. Je hebt geluk als je een foto kunt maken, maar vaak is dat een snelle foto, en dan is het beest, zeer verstandig, weer weg.
Om ‘mooie’ foto’s van wildlife te maken kun je op speciale plekken, bijvoorbeeld ‘viewing-platforms’ terecht. Daar verzamelen om half 7 in de ochtend aardig wat fotografen met enorme, dure telelenzen. Daar sta je dan gezellig te blauwbekken tot er wat komt. Dit hou je vol tot een uur of 11. Dan ga je naar je hotel; foto’s bekijken, slapen etc. En om 5 uur ga je weer richting platform, tot een uur of half 9. Dan weer naar het hotel, snel wat eten, slapen, en om half zes weer op. Er komt niet altijd wat, dus je kunt soms uren of zelfs dagen voor niks op zo’n platform hangen. Er zijn mensen die dat weken kunnen volhouden. Maar als er wat komt, dan heb je dieren die gewend zijn aan die rare wezens op dat houten geval, en dan kun je geweldige foto’s maken.

Wij hadden helaas pech, want de eerste ochtend moesten we vanwege luidruchtige buren eerst verkassen voor we naar het platform konden. We hadden net een hele soap gemist van een beer die weggejaagd werd door 3 wolven(!), die daarna een half uur leuk vissen hebben zitten vangen en opeten. We konden nog de prachtige foto’s bekijken die een Nederlands echtpaar had gemaakt… Daarna hebben we dus een paar dagen op het platform rondgehangen. Dat waren we al van plan, maar de aanwezigheid van wolven maakte ons fanatieker. (Op de wildlifeviewing-schaal van 1 tot 10, is een grizzlybeer een 7 en een wolf een 11 ;-).) We hebben twee zwarte beren en twee grizzlies gezien. De laatste was een grote grizzlybeer, die we lang konden bekijken terwijl hij in een meertje zwom en vissen ving, maar geen wolven…

Overigens hebben we meer beren gezien zonder platform. In Hyder lopen ze gewoon over straat. Op dezelfde straat waar ook de kinderen spelen. Over beren dus zeker niet te klagen. En we hebben zelfs wat bijzondere dieren gezien. Een cougar (puma, mountain lion – toch zeker een 30 in de wildlife-schaal!), stak de weg over! Helaas dus geen foto… Een muskusrat hadden we ook nog niet, en wat te denken van een Giant water bug (juist, een grote waterkever – ik weet niet hoe die in de schaal staat 😉 ).

Het weer in Alaska was geweldig. In de ochtend wat fotogenieke mist, en daarna een lekker zonnetje. Wij gingen in de middag dus niet naar het hotel, maar wandelen en rondrijden. Op de Titan Trail was het deze keer Anke die uitgleed. Geen dramatische ziekenhuisbezoeken, maar wel een been in 50 tinten blauw. De Salmon Glacier is een enorme gletsjer, waar je het echte Alaska-gevoel bij hebt. We zijn zeer blij met onze 4-wheel-drive 😉

Verder ook een bezoek gebracht aan Anhluuy’ukwsim Lsxmihl Angwinga’asanskwhl Nisga’a park. (Vraag me niet naar de uitspraak.) Het is een gebied waar een vulkaanuitbarsting is geweest rond 1700 die bijna een hele native stam heeft uitgeroeid. Het is nu een ‘lavabed-memorial-park’, waar je mooie wandelingen kunt maken tussen de spaarzaam begroeide lavabedden.

De laatste avond op het platform in Alaska reden we in het donker naar het motel terug, en toen stond er ineens een wolf midden op de weg. Hij bleef ons een tijdje aankijken en liep toen de nacht weer in.

Veel zon – weinig beren

We zijn alweer ruim een week in Canada, en het is tijd voor ons eerste reisverslag.

Onze reis begon met een vlucht met KLM en onze bagage is deze keer ook mee gekomen. Ook was er een glutenvrije maaltijd, en die was zowaar lekker. Op het vliegveld in Vancouver kregen we een enorme Ford Explorer mee, dus het exploreren kon beginnen!
Via Squamish en Williams Lake en daarna door de Chilcotin. Na deze hoogvlakte van 400 km reden we via The Hill, een stijle onverharde weg, de Bella Coola Vallei in. Een oase midden in het Great Bear Rainforest.

Onze eerste locatie was de Floathouse inn, een soort woonbootje in de haven, met prachtig uitzicht over de delta en de bergen. Onze buren waren, naast wat kleurrijke types die op boten woonden, hoofdzakelijk zeehonden, die ’s avonds op de houten drijvende kade kwamen liggen en komische, grommende geluiden maakte. Bovenop de boot was een terrasje gemaakt, waar we heerlijk konden zitten. Vooral omdat het weer super was (en nog steeds is). (Sorry, jullie hebben, geloof ik, wat regen?)

Onze gastheer Carsten heeft ons 3 dagen onder zijn hoede genomen. Met zijn boot zijn we naar Green Bay gevaren, een paradijselijk deltagebied, en naar een oude Cannery, waar ze vroeger vis vingen en inblikten. Vol met prachtige verroestte machinerie, oude vervallen gebouwen en een beek die zwart zag van de zalm.
Ook hebben we een wandeling gemaakt door een alpien gebied, naar M.Gurr lake. Prachtig uitzicht onder een wolkeloze hemel. Er stonden zo veel blauwe bessen en huckleberries, dat we onderweg jam maakten daar waar we liepen. Het wildlife bestond hoofdzakelijk uit erg vervelende muggen en vliegen, maar het landschap en uitzicht waren het waard. De wandeling in de delta bracht gelukkig wat zee-arenden, maar die waren eigenlijk niet dichtbij genoeg.

Na ons heerlijke verblijf moesten we helaas afscheid nemen en reden we naar de Mountain Lodge, waar we de eerste dag door fantastisch regenwoud hebben gewandeld. Enorme ceders en overal mos. De bossen in Canada zijn sprookjesachtig en indrukwekkend.
Inmiddels hadden we nog maar weinig fotografeerbare beren gezien, en dat was een belangrijke reden om hier naartoe te komen. Vier Grizzly-beren in de verte, en 3 wegrennende achterwerken toen we de berg op reden. We hadden speciaal voor de beren een boottoer gereserveerd over de Atnarko rivier. Het moest er wemelen van de beren! Helaas hadden we pech. Niet 1 beer gezien. Het is helaas een slecht beren-seizoen… Wat een hoogtepunt had moeten zijn werd dus een teleurstelling.
Daar komen we ook wel weer over heen, want in dit prachtige landschap is nog zo veel te zien, en nog zo veel kansen op wilde dieren.

Inmiddels zitten we in downtown Prince George. Op weg naar Stewart en Hyder. Hyder ligt in het zuidelijke deel van Alaska, en ook daar zijn zalmen! En beren houden van zalmen, alhoewel we gehoord hebben dat het ook daar slap is. We gaan gewoon een kijkje nemen en eten zelf ook een stukje zalm. Niet te vergelijken met de gekweekte zalm van de Jumbo 😉 Jeemig, wat is dat lekker. Ze hebben hier chinook-zalmen van tussen de 20 en 40 kilo. Ook indrukwekkend als die voor je boot uit het water opspringen.

We vermaken ons dus prima en hebben hier en daar ook een kiekje gemaakt 😉