Zwarte vulkanen en zwart strand

Jullie hebben nog een laatste verslag van onze reis door Nieuw Zeeland te goed. Sinds enkele uren zijn we thuis (fysiek, want psychisch en bioritmisch moeten we nog landen).

Onze boottocht naar het Noordereiland verliep voorspoedig, en op naar het Tongariro National Park. …waar het helaas erg bewolkt en regenachtig was. Voor we in National Park (zo heet het dorp, hoe kom je er op) aankwamen zagen we nog net een stukje van een vulkaan, en toen schoven de wolken dicht.
De dag erna was het de gehele dag erg bewolkt, en er vielen flinke buien. De Tongariro Crossing werd ‘ten sterkste afgeraden’. Het was sowieso niet mogelijk om in de hoger gelegen gebieden te wandelen. De sneeuwgrens was al verlaagd naar 1600 meter, en met een zicht van een paar meter heb je er niets aan om de berg op te klauteren.

We zijn dus maar naar een lager gelegen gebied gereden, en hebben een aantal kortere wandelingen gemaakt. De eerste naar Tawhai falls: ’n keurige waterval. De tweede naar Lake Rotopounamou, en de derde naar een serie hot pools. Allemaal aardig, maar natuurlijk wel een tegenvaller ten opzichte van wat we hadden willen zien; 3 actieve vulkanen. Het was natuurlijk ook maar een gokje, want het skiseizoen was net dat weekend afgelopen. Pas in de zomer is het gebied echt goed te bewandelen.

De volgende ochtend werden we wakker met stralend en open weer! We hadden geen tijd meer om te wandelen, want onze volgende (en laatste) accommodatie hadden we al geboekt. Voor we naar het noorden reden, hebben we toch nog even een autotocht door het park gemaakt om wat foto’s van de vulkanen te maken. Onder andere van Mt Ngauruhoe, u wellicht bekend als Mount Doom in Mordor, in Tolkien’s ‘in de ban van de ring’. Een vulkaan zoals je een vulkaan zou tekenen, met keurig symmetrische hellingen, wat sneeuw langs de toppen voor dramatisch effect, en een wolk die uit de vulkaan leek te komen.
Fijn om ze toch nog te zien, maar ook wel weer jammer om een indruk te krijgen van wat we gemist hebben.

Onze laatste route voerde terug naar Auckland, en wel naar de Waitakere ranges. Ook hier een film-thema, want het strand van KareKare is gebruikt in de film ‘The Piano’ van Jane Campion. Dit gebied is minder bezocht door buitenlandse toeristen, en het is echt een pareltje.
Onze B&B heette Bush, Sand and Sea, en dat is een goede naam. De kust heeft zwart zand en prachtig gevormde rotsen. Er hangt een mysterieuze sfeer door mist en opspattend zeewater, wat een grijzige gloed over het landschap legt, en de kleuren veranderd in vergrijsd pastel. Het strand en de zwarte duinen gaan over in een prachtig regenwoud. De zonsondergang op sprookjesachtig Te Henga (Bethells beach) had een magische sfeer.

Het weer was de volgende dag nog steeds goed, dus: wandelschoenen aan. De eerste bestemming was een kolonie van Jan-van-genten bij Muriwai, waar we in korte tijd enorm veel foto’s hebben gemaakt. Je kon erg dichtbij de rotsen komen waar deze vogels in grote getalen hun nest aan het bouwen waren. Ze kwamen vlakbij langs gevlogen met nestmateriaal en waren druk met baltsen, nestjes bouwen en euh, druk ‘bezig’ dus. Spectaculair, om zo veel vogels bij elkaar te zien.
Daarna nog genoten van een wandeling door het regenwoud, en de dag weer beëindigd met een wandeling op het strand.
Traditioneel hebben we een hottub op het einde van onze vakantie, en ook hier. Deze keer stond die naast ons luxe huisje in het bos. De lichten en de pomp uit, en je had een mooi zicht op de sterrenhemel. Hemels.

Helaas was onze tocht afgelopen. De volgende ochtend nog een afscheidswandeling door het regenwoud, en op weg naar ons eerste vliegtuig. Het was nog even spannend, want we stonden niet op de passagierslijst… terwijl we 6 maanden geleden geboekt hebben. Gelukkig was de vlucht niet vol, en hadden ze een glutenvrije maaltijd ‘over’. Dat was erg vreemd. De KLM is gewoon vergeten onze namen door te geven aan Malaysia air, maar heeft wel het eten besteld. Het is altijd wat met de KLM.
Ook op de tweede vlucht was nog plek, maar het is toch even zweten als je niet weet of je in Kuala Lumpur moet blijven. Met een nachttemperatuur van bijna 30 graden bleven we nog even door zweten. Wel prettig dus dat we maar even moesten wachten voor we weer voor 13 uur het vliegtuig in mochten.

Inmiddels dus thuis en erg vermoeid maar nog vol indrukken van het prachtige, vreemde en diverse Nieuw Zeeland.

Zon, zee en regenwoud

We zitten nu op de pont, terug naar het Noordereiland. We hebben nog 4 dagen en dan is het helaas al weer afgelopen.
Na ’n wat regenachtig Wanaka reden we via de Westkust weer naar het noorden – in de zon. Normaal gesproken is het weer niet best. Er valt op sommige plekken ongeveer zes en een halve meter regen per jaar, maar wij hadden zon en 25 graden. 🙂

Het was tijd voor wat gletsjers, in de vorm van Fox en Franz Josef Glacier. Mooie wandeling, maar de gletsjers vielen wat tegen. Qua gletsjers zijn we natuurlijk ook erg verwend. De vallei die de gletsjer had gemaakt was indrukwekkender. Prachtige maar rommelige beeldhouwers.

Door het prachtige weer konden we de besneeuwde bergen goed zien, waaronder Mount Cook – deze keer vanaf de andere kant. Een wandeling rond Lake Matheson was een goed idee. Helaas was er te veel wind voor de klassieke foto van de weerspiegelingen van de bergen in het water. We konden wel wat andere mooie foto’s maken, maar helaas eindigde de wandeling met een valpartij van Koen. Gelukkig kon hij zijn camera veilig in de varens gooien terwijl hij viel, maar voor hemzelf was het een harde landing op het grint, met twee open geschaafde handen. Het viel gelukkig wel mee… Toch handig zo’n ehbo-tasje.

De volgende ochtend hadden we ontbijt met pannenkoeken. Dat wil zeggen; de Pancake Rocks. Deze rotsen zijn ‘gelaagd’ ontstaan, als een stapel pannenkoeken. Daarna is de zee flink aan de slag gegaan om er uitgeholde sculpturen van te maken, waardoor de meest fantastische vormen zijn ontstaan. In de rotsen was ook een stelsel van gangen en gaten. Door deze ‘blowholes’ werd door de zee een tamelijk orgastische kwak zeewater omhoog gestuwd, dat met een enorme golf weer neer kwam en van de rotsen droop.

Na al deze opwinding was het tijd voor een ontspannende wandeling door het Paparoa National Park. Eerst nog wat foto’s van de Weka’s (vogels) op de parkeerplaats. Die waren gewend aan mensen, en brutaal genoeg om de fototas van Anke uitgebreid te onderzoeken. Een wandeling langs de Porari River Track was idyllisch, en goed voor het echte Weka-gevoel. Twee super schattige Weka-kuikens, en een hardwerkende moeder die regelmatig met een verse worm aan kwam dragen.

Nog even naar Cape Foulwind om naar wat zeehonden te kijken, en daarna door naar Abel Tasman National Park. Deze nederlandsche meneer Tasman was de eerste blanke die Nieuw Zeeland ‘ontdekte’.
Het park is vooral per boot en te voet bereikbaar. Een combinatie leek ons een goed idee. Eerst een tocht met de watertaxi naar het noorden van het park, waarbij we onderweg wat mooie eilandjes en baaien konden bekijken. Het ziet er uit als een bounty-reclame, met fel blauw-groen water en gouden stranden. Er zit veel ijzer in het gesteente aan de kust, wat op het strand aanspoelt als goudkleurig zand. Erg mooi. Ook hier zeehonden gezien. Onder andere twee die bezig waren een octopus te verorberen. Dit doen ze door de octopus speels heen en weer te zwaaien, en zo stuk voor stuk de poten eraf te rukken. Het zag er aandoenlijk en afschuwelijk tegelijkertijd uit. Tja, je moet wat als je geen vork en mes bij de hand hebt. En geen handen.

De wandeling in het park was erg mooi, alhoewel we minder strand zagen dan we wilden. Ook hier weer een prachtig regenwoud met mos, varens en lianen. Voor we met de boot weer terug konden moesten we eerst nog een stuk blootsvoets door een lagune met laag water. In de minuut die we nodig hadden om onze schoenen op te bergen en anti-mug-middel te pakken, hadden de sandflies (soort vervelende stekende mugjes) ons al te pakken. Het jeukt dagen als een gek!

Ook het noorden van het park bezocht, maar de weg was zo slecht en bochtig dat we maar zeer langzaam konden rijden. De Waikoropupu Springs bekeken, waar ‘het zuiverste water van de wereld’ je tot heel diep in de bron en het meer laat kijken.
Als toetje nog een stukje van de Abel Tasman Inland Track gelopen, tot we de bocht om kwamen en het pad was verdwenen… Het was vloed geworden en het was ook wel mooi geweest, want we moesten nog een pontje halen.

Terug op het Noorder eiland gaan we nog in het Tongariro National Park kijken, maar de weersverwachting is slecht. We moeten dus nog maar zien hoe ver we de vulkanen kunnen beklimmen. In augustus is hier nog een uitbarsting geweest. Momenteel is het rustig, maar storm en sneeuw kunnen alsnog roet in onze vulkaantocht gooien.

We zullen zien.

Pinguïns en papegaaien

Inmiddels zitten we in een motel in regenachtig Wanaka. We hadden een paar dagen geen internet, dus het duurde even, maar hier ons tweede deel.

Ons verhaal eindigde een anderhalve week geleden met een dolfijnen-tour, die helaas gecanceld was vanwege te ruige zee… In plaats daarvan hebben we een uurtje bij wat zeeleeuwen rond gehangen en daarna gingen we op weg naar Mount Cook, de hoogste berg van Nieuw Zeeland. In Mt Cook National Park heerlijk gewandeld bij de Tasman Glacier. Een enorme gletsjer, met vallei, rotsen en sneeuw! Mount Cook beklimmen is alleen voor bergbeklimmers, maar we hebben hem wel tussen de wolken door kunnen fotograferen.

De volgende stop was Glenorchy, juist, aan een meer, met weer prachtige bergen met sneeuwtoppen. Het was een prachtig wandelgebied. Het had de dag ervoor veel geregend, dus sommige wegen waren veranderd in riviertjes. De wandeling naar Lake Sylvan was daarom ook bijzonder. Het ‘pad’ was veranderd in een stroompje, en op sommige plekken had het meer weg een ven. De route werd een enorme puzzel: hoe kom ik van deze pol met mos, droog, via die boomstronk bij dat heuveltje? Het was zeker de moeite waard, want het was een prachtig sprookjesachtig bos, met overal mos, varens en bomen met gezichten(!) De audio-voorziening was een koor van diverse vogels.
Een prima afsluiting met glutenvrije spare-ribs in ons hotel.

Milford Sound, onze volgende stop, ligt maar 35 kilometer verderop, maar vanwege wat tunnelloze bergen moesten we ruim 300 km omrijden. Geen straf, want het landschap is fantastisch. Ook hebben we hier de Kea ontmoet; een nieuwsgierige papegaai, die in de bergen leeft. Terwijl ik een foto van de mooie vogel wilde maken, sloop zijn ‘handlanger’ achter me langs en was bijna in de auto gesprongen. Ze maken vuilnisbakken en rugzakken open en zijn zeer intelligent. En fotogeniek.
Bij de Milford Sound kwamen we ook de bijzondere Weka tegen voor de serie ‘bijzondere Nieuw-Zeelandse vogels’.

Toen was het eindelijk tijd voor onze boottocht over de Doubtful Sound. John, onze schipper, pikte ons op bij Lake Manapouri. De eerste etappe was het enorme meer oversteken. Daarna gingen we met 4 andere gasten in een klein busje via een grindweg naar de Sound, een fjord met fantastische hoge bergen en eilanden vol begroeiing van mos en bomen.
De crew bestond uit 3, en de gasten dus uit 6 mensen. We hadden een eigen hut, en de crew kookte heerlijk voor ons. Wat een luxe. Ook het weer was geweldig. De dag ervoor en erna niet, maar wij hadden zon en uitzicht.

Tijdens deze tocht hebben we alsnog dolfijnen gezien, en zelfs de blauwe en de fiordland crested pinguïn. Heel bijzonder om pinguïns in het wild te zien. In de middag hebben we nog een kayaktochtje gemaakt en daarna was het tijd om te vissen! Koen heeft twee blue cod’s gevangen, en Anke zelfs 4. Het record van de dag! Die werden keurig schoongemaakt en ’s avonds als onderdeel van het avondeten gepresenteerd. Verser kan niet. Heel bijzonder om je eten zelf te vangen. Ook de vers gevangen crayfish (kreeftachtige) waren erg lekker. Als afsluiting van de dag nog een glaasje in de kajuit met de andere gasten. De boot ging voor anker in een baai, en daar konden we naar de sterrenhemel kijken, en daarna onze hut in om te slapen. De volgende dag voeren we terug naar Manapouri waar we in de middag nog een stukje van de Routeburn track hebben gelopen, door een enorm gematigd regenwoud, vol varens en lianen.

Voor we naar Wanaka reden hebben we nog een omweg gemaakt naar De Catlins, in het uiterste zuiden van het zuidereiland, om ook wat kustervaringen op te doen. Een ruige kust, waar de Grote Oceaan tegen de rotsen beukt, en de bomen krom groeien vanwege de stormachtige wind.
Het deed ons aan Ierland denken, met name omdat er overal schapen stonden. De meeste mensen hier zijn surfende schaapherders. Ook hier bijzonder wildlife gezien, in de vorm van de geeloog pinguïn, wat de meest zeldzame ter wereld is. We hebben er wat geschoten. Met de camera dus.
Op tijd opgestaan om de zonsopgang te bekijken vanuit ons huisje aan het strand. We hadden alleen onderburen: een blauwe pinguïn had een nest onder onze slaapkamer gemaakt. We hebben haar niet gezien, maar ’s nachts wel grappige geluidjes gehoord.
Hier nog wat korte wandelingen gemaakt, onder andere naar de Purakaunui waterval en het Catlins coastal rainforest.

Inmiddels zijn we dus in Wanaka, waar we voor het eerst echt slecht weer hebben. Een prima dag voor weblog en luieren. Morgen via de westkust omhoog. We hebben het nog druk met al die lekkere krenten uit de pap halen. Er is hier zo veel moois, dus het is moeilijk kiezen. Er komen nog wat lekkere stukjes aan.

Kia ora!

Oftewel; hallo! De tijd vliegt. Ook aan de andere kant van de wereld. We zijn inmiddels op het zuider eiland gearriveerd, en hebben er al een week op het noorder eiland op zitten.

Die week begon met een hele lange vlucht naar Auckland, waarover we verder kort zullen zijn. Het was voor een goed doel.
We hadden al snel behoefte aan natuur, en die vonden we in het Waipoua Kauri Forest. In dit bos groeien de meest bijzondere bomen en planten. Een cocktail van varens, palmbomen, yucca’s, lianen, manuka (teatree) en natuurlijk de immense Kauri. We mochten op audiëntie bij Tane Mahuta, de Maori god van het woud, die met een hoogte van 51 meter en een omtrek van 14 meter indrukwekkend te noemen was.
Het bos is een ongelooflijke ervaring. Het is dichtbegroeid, en je hoort voor het echte oerwoudgevoel de hele tijd vreemde-vogel-geluiden. Je verwacht elk moment een aap die voorbij slingert, maar het is hier echt te koud voor apen. (Een overigens aangename 15 graden.) Hier wonen de kiwi’s, een bijzondere vogelsoort, die eigenlijk meer van een zoogdier weg heeft, die we helaas niet in het wild hebben gezien, maar wel gehoord tijdens een avondwandeling. Het zijn nachtdieren. Ook leven in dit bos de Weta (grote sprinkhaanachtige), vleesetende slakken (!), de morepork (soort uil) en ja, ook een bijzondere spin…. (Echt iets voor Tim Burton.)

Even wat fotootjes tussendoor:

Die kiwi zagen we uiteindelijk wel in een vogelpark in Rotorua. Daar kon je ’s avonds in. In een ren kon je zachtjes rondsluipen, op zoek naar de kiwi. Na een lange, stille wacht hebben we er 4 gezien. Geweldige beesten! Je mocht ze niet fotograferen, want ze houden niet van flitsen.
In Rotorua waren we eigenlijk voor de geothermische activiteiten; geisers, fumarolen, kokende poelen en borrelende modder… Het was er allemaal en zeer fotogeniek. Een enorm vulkanisch landschap, waar afgelopen augustus nog een uitbarsting is geweest.
Vooralsnog aardig weer. Wat fris, maar regelmatig een zonnetje. Vandaag hadden we erg veel wind, maar het weer is hier nooit lang hetzelfde. Dat wil zeggen; four seasons in one day. Het zal zo wel weer beter zijn.

Ook hebben we wat over de Maori cultuur geleerd, via een rondleiding in Te Puia en het grote museum Te Papa in Wellington. (Papa betekent hier Earth Mother!) Overigens is de taal geweldig melodieus, en is het langste woord ter wereld een Maori-woord: Taumatawhakatangihangakoauauotamateaturipukakapikimaungahornukupo-kaiwhenuakitanathau.

Geen beren hier, maar wel veel koeien en schapen, en een grote diversiteit aan unieke vogels. Het landschap is sprookjesachtig en vervreemdend.

Inmiddels zijn we in Kaikoura. Morgen gaan we een dolfijnen-tour doen. Als afwisseling op de walvissen. Daarna rijden we de bergen in, richting Mount Cook. De storm is gaan liggen. Ik hoop dat de zeeziekte op de boot morgen meevalt.

Nieuw Zeeland

Nog een paar nachtjes slapen, dus het begint nu wel heel dichtbij te komen. Dit jaar gaan we voor het eerst tijdens de lente op reis, maar dan in oktober en november. Heerlijk. Traditiegetrouw zet ik alvast een kaartje hier, zodat je alvast een idee kunt krijgen van de route die we gaan afleggen.


(klik voor ’n vergroting)

En weer thuis

Jullie hebben nog een stukje verhaal te goed. De laatste week van onze vakantie begon niet al te best. Onze boottocht naar Blasket Island viel enigszins in het water. Dat wil zeggen, Ankes ontbijt viel in het water… We zouden nog op zoek gaan naar walvissen en dolfijnen, maar daar was de zee te ruw voor. De boot ging direct naar het eiland, waar we een paar uur konden rondlopen. We werden begroet door nieuwsgierige zeehondenkopjes in het water, en ook op het eiland konden we dichtbij zeehonden komen. Op het eiland was ook een verlaten dorp te zien. De terugweg was nog erger, en Anke heeft die grotendeels hangend over de reling doorgebracht.

Het werd allemaal een stuk beter in Killarney National Park. We weten nu waar alle bomen van Ierland zijn: in County Kerry. Een prachtige wandeling rondom Muckross lake was heerlijk, vooral omdat de zon zich zowaar liet zien. Muckross Abbey is de ruïne van een franciscaans klooster, compleet met begraafplaats met Keltische kruizen. The Gap of Dunloe is een prachtig stuk weg. Erg populair, maar na vier uur ’s middags heb je het kronkelende weggetje grotendeels voor jezelf.
Het park heeft bergen, bossen, meren en watervallen. Op veel plekken is het net een groot trollenbos. Bomen die allerlei kanten opgroeien, grillige rotsen, varens, en een grote deken van mos.
Wandelen maakt hongerig, en toevallig is er in Killarney een soort fastfood-zaak waar je glutenvrije pizza, hamburgers en zelfs fish ’n chips kunt krijgen. Ierland is een glutenvrij-walhalla.

Na een paar dagen in het park was het tijd voor ons laatste logeeradres: een huis in het midden van de Ring of Kerry. Ons huis had een turfkachel en uiteraard een jacuzzi onder de sterrenhemel. Het huisje ligt afgelegen, dus de sterren zijn erg goed te zien als je de lichten uit doet.
De Ring of Kerry is een route over het schiereiland Iveragh. Aan de ene kant de bergen van The Macgillicuddy’s Reeks, en aan de andere kant de kust, met kleine vissersdorpjes, stranden, rotsen, en rotsen waar mensen lang geleden mee hebben gezeuld in de vorm van standing stones en ringforten.
De Ring van Skellig en Valentia Island zijn eigenlijk nog mooier, omdat het wat pittoresker en intiemer is, en ook omdat er minder toeristen zijn. Mooie kliffen (Park your car here and enjoy the most spectacular views from Kerry. For only 8 euro.) en een vervallen kasteel op een weiland met koeievlaaien. Het is bijzonder om zo’n ruïne te beklimmen bij een ondergaande zon.

De laatste dag was het ontzettend mistig en het regende pijpenstelen. Echt een dag om naar huis te gaan. ’s Avonds vertrok de boot en de zee was gelukkig een stuk kalmer dan op de heenreis.

De poezen zijn blij ons weer te zien (of was het andersom?) en we hebben het al weer zo druk dat we bijna zouden vergeten dat we nog een paar (duizend) foto’s hebben uit te zoeken. Hieronder alvast een paar exemplaren, maar het duurt nog even voordat we een behapbare selectie op <a href=”http://www.eenofandere.com/” title=””>eenofandere.com</a> zetten. Daar berichten we later nog over.

De westkust van Ierland

Inmiddels zitten we in een B&B met uitzicht over de baai van Ventry, op het schiereiland Dingle, tenminste, ergens in de mist zou die baai moeten liggen. Ierland zit vol verborgen schoonheid. De storm is weg, maar het weer is nog steeds slechter dan gebruikelijk in Ierland. Dat wil wat zeggen.

De dag na de storm konden we wandelen in Glenveagh National Park, maar het waaide nog steeds heel erg, en de regen viel met bakken, dus zelfs met regenkleding aan vonden we het na een paar uur wel genoeg. De route naar het zuiden gaat in een wat langzamer tempo. De kliffen van Slieve League zijn de hoogste van europa. Spectaculair, vooral omdat de zee nog steeds erg ruig was. Een tussenstop in het stadje Sligo was geen succes. Deprimerende sfeer. Enige pluspunt was een Italiaans restaurant waar ze glutenvrije pizza’s hadden!

Connemara daarentegen was prachtig. We besloten wat langer te blijven. Het is een enorm veengebied met bergen en heel veel schapen. Nee, echt veel schapen. We besloten meteen maar een bergje te beklimmen. Dat viel toch tegen. Koen huppelde de berg op, maar Anke strompelde erachter aan. Het uitzicht op de kust van Galway was fantastisch, en het weer was zowaar redelijk. Daarna was het tijd voor Pub-grub, en Koen’s eerste Guinness. Koens carrière als alcoholist wil nog niet echt vlotten…
De volgende dag gingen we een ‘pelgrim’s-tocht’ doen naar St. Patrick’s bed, een mooie plek in de bergen. Zoals elke pelgrimstocht moesten we afzien. Te veel zonden? Het pad waarover we liepen was eigenlijk een riviertje, en na een half uurtje kwam de regen. Het is speciale Ierse regen; die gaat horizontaal, en blaast als ijskoude naaldjes in je gezicht. Toen zelfs de stoere schapen een veilig heenkomen zochten kwam het kleine kerkje in zicht, maar helaas was het gesloten. Daar sta je dan. In een ernaast gelegen soort grot konden we schuilen. Onze eersteklas regenkleding was doorweekt. Terug naar beneden gezwommen en nog meer water opgezocht in de vorm van een warm bad en een kop thee.
Vermeldenswaard was ook nog een tochtje naar het eiland Omey, waar je bij laag water gewoon over een groot strand naartoe kunt rijden. De krabbenpootjes in knoflookboter in Cleggan gaan meteen naar de top 3!

De ‘Cliffs of Moher experience’ was een afknapper. Jawel, best mooi die kliffen, maar Slieve League was mooier, en daar hoefde je geen geld voor te betalen. Het voelde meteen als een tourist-trap, en dat was het ook. Nee, dan de authenticiteit van het nationale park de Burren. Gutgut, we hadden zowaar zon! Een heerlijke tocht door een soort buitenaards maanlandschap van steen. Het leek nog het meest op een enorme stenen koeievlaai die over het landschap was uitgegoten. Door de regen zijn er allerlei maffe kloven en spleten in de steen ontstaan, waar weer bijzondere planten in groeien. In Neolitische tijd hadden de mensen het hier erg druk met het bouwen van ringforten, dolmen en tomben. Creatief met grote stenen. De beroemde Poulnabrone Dolmen staan ook al 5000 jaar. Het is er verboden om stenen op elkaar te leggen, en er liep een officiële meneer rond wiens taak het was om stenen die op elkaar gelegd waren weer van elkaar te halen (!). There can be only one.

Tijd om een pub op te zoeken met muziek. In het muziek-dorpje Doolin vonden we wat we zochten: een traditioneel Iers bandje, en een heerlijke Connemara Whiskey.
Morgen staat een boottocht naar de Blasket-Islands op het programma, als de weergoden het willen. Laten we maar een plengoffer brengen in de vorm van een… whiskey dan maar?

Ierland 2011

Wat te doen als er een staartje van een orkaan (Katia) over komt waaien? Een verslagje op het weblog plaatsen. Kennen jullie die reclame voor Jameson whiskey, met de langsvliegende huizen en paarden…

We zijn inmiddels al een week onderweg, en genieten momenteel dus van de storm in Glenveagh National Park in de Derryveagh Mountains, Donegal. Wandelen wordt ten sterkste afgeraden…
Onze tocht begon ook stormachtig. De boottocht naar Rosslare veranderde in de nacht in een kermis-attractie. We werden heen en weer gegooid in ons bed, en de volgende ochtend was onze auto bedekt met een flinke laag zout. Gelukkig hadden we meteen veel regen, zodat het zout snel weggewassen werd.

De eerste stop was de Wicklow Mountains, met een fantastische wandeling op de Spinc (spitse berg) en we hebben zowaar herten en berggeiten gezien. Ok, geen beren, maar toch ook erg leuk. Ook toen veel wind, maar de regen viel mee. De sfeervolle Glendalough-vallei staat vol met vroeg-chirstelijke kerkruïnes en oude Keltische grafkruizen. Zeer fotogeniek!

Via de Wicklow Gap op weg naar Cashel, waar twee kastelen vlak bij elkaar staan: Cahir en Cashel. Typische kastelen, compleet met dikke muren, kantelen, torens, valhek, kanonnen etc.
Vanwege het slechte weer in het westen besloten we de route om te gooien en eerst via het oosten omhoog te rijden. Volgende stop dus Newgrange, de bekende Neolitische grafheuvel. Ongelooflijke constructie, waar rond 21 december, de ‘winter-solstice’, de zon door en gat naar binnen schijnt. Met een lamp werd dat nagebootst, wat wel een bijzonder effect had. Nog even gestopt bij Monasterboice, waar de grootste en meest bijzondere Keltische kruizen te zien waren. Indrukwekkend.

Tijd voor wat natuur, in de vorm van de Mourne Mountains in Noord-Ierland. De wandelschoenen aan, de paden op, de hekjes door, de hei over, de berg op. Tjongejonge, we hadden zelfs een beetje zon. Dat was fijn, want zelfs de Ieren klaagden over het weer.

Belfast stond ook op het programma. We deden een ‘Black taxi tour’ langs allerlei politieke locaties, als Shankill road en de muurschilderingen, en de zogenaamde ‘peace wall’; een Berlijnse-muur-achtige constructie die dwars door de stad loopt om de twee kampen te scheiden. Erg vreemd; overdag werken en winkelen ze in hetzelfde gebied, en in de avond gooien ze stenen en scheldwoorden naar elkaar. De verhalen uit de tijd van de bommen zijn eigenlijk nog zeer recent. Bizar allemaal. Verder is Belfast een industriële stad, met grote gebouwen in rode baksteen, met erg veel pubs. Best aangenaam, als je niet let op de hekken, camera’s en het prikkeldraad.

Ook op de Giant’s Causeway hadden we even zon. Fijn voor het fotograferen. 60 miljoen jaar geleden is hier, net als op het eiland Staffa in Schotland, een laag gesmolten basalt afgekoeld en veranderd in een prachtig patroon van zeskantige stenen. We hebben overnacht in Bushmills. Aye, mine’s a whiskey.

Na een tocht over Inishowen peninsula, met het meest noordelijke punt van Ierland: Malin Head (rotsen, parkeerplaats, kronkelweggetje en mensen die foto’s van elkaar maken in de wind en regen; check), nu dus in een hostel met Mount Errigal in onze achtertuin. Dat zeggen ze tenminste. We hebben er nog niet veel van gezien. Af en toe valt de stroom uit, en de wifi verbinding is niet echt stabiel. Nog maar een kopje thee dan… En wat fotootjes uitzoeken.

Hot tub bij de rivier

De tijd vliegt. Zo zit je nog in je hot tub naast een rivier in Snoqualmie Forest, en zo zit je 12 uur lang in een oncomfortabele stoel in een vliegtuig, en zo zit je alweer thuis de was te doen… Dit is het laatste verslagje van onze reis.

De cabin was heerlijk, maar helaas hebben we de otter niet gezien. Wel hebben we een glimps opgevangen van een bever, maar dat was niet de grote hoeveelheid rivier-wildlife waar we op gehoopt hadden. En dat ondanks vroeg opstaan en ’s avonds uren met de verrekijker de rivier afspeuren. Het fijne was dat dat laatste ook kon vanuit een hot tub. Met een glaasje whisky of wijn erbij was dat heerlijk toeven. En jta, wildlife is wild, en gaat zijn eigen gang. Als het voorspelbaar zou zijn, dan zou de lol er snel af zijn.

We hebben vooral geluierd, maar we wilden toch ook nog wat van het woud zien. Mount Index ligt achter ons huis, en vanuit de cabin heb je een prachtig zicht over de rivier, met bergen in de achtergrond. De wandeling naar de ‘Bridal Veil Falls’ leek ons wel wat. Die vertrok bijna vanuit onze achtertuin. Het lijkt trouwens wel of elk park zijn eigen Bridal Veil Falls heeft. De wandeling deden we op een zaterdag met goed weer. In Washington state betekent dat dus drukte. Zodra de zon zich laat zien gaat iedereen massaal met baby’s, kinderen en honden de berg op. Het was mooi, maar je ziet natuurlijk geen wildlife als je om de paar honderd meter weer kletsende mensen tegenkomt. Amerikanen zijn Proud en Loud. Niettemin was het een mooie tocht. En weer tijd voor de hottub.

Ook hebben we de Eagle falls bezocht. Koen wilde even een foto maken en gleed prompt weer uit over de natte stenen. En dat ondanks dat hij nieuwe schoenen (met zolen met grip en zo) had gekocht. Gelukkig viel hij maar een paar meter, en schoof hij in een soort uitgehold gat in de rotsen. Anders was hij nog meters doorgegleden, om vervolgens 6 meter van de rotsen op weer andere rotsen te vallen. Dat zou wat meer geweest zijn dan een hoofdwond… En toen moest hij nog een weg zien te vinden uit het gat… Koen neemt dat ‘falls’ wel erg letterlijk. Thuis maar even bijkomen in een hottub.

Het water is hier wel een thema. In de vele watervallen en rivieren, in regen die uit de lucht valt, in de mist en in warme hottubs niet te vergeten. Het water vindt zijn eigen weg, en neemt de boel gewoon over als je niet oppast. De North Fork Skykomisch road houdt op een bepaald moment gewoon op. Er stroomt en flinke rivier over de weg heen! Een vreemd gezicht, al dat water over het asfalt. Je kreeg gewoon zin in een warm bad van al dat water…

En ja, toen was het tijd om ons warme bad te verlaten en ons inmiddels gerimpelde lijf in een vliegtuig te plaatsen. Vliegen is nooit leuk, maar onze vlucht terug was nog eens extra onprettig. We hadden veel turbulentie. Alsof je over een slecht onderhouden grindpad naar huis rijdt. De korte perioden dat het veilig was om naar de wc te gaan stond er een enorme rij, want er was een toilet kapot. Verder waren er electriciteitsproblemen. Lampjes knipperden uit zichzelf aan en uit, en er ging constant een soort alarm af in de keuken. Niet echt geruststellend, als je 10 kilometer boven de aardbol hangt. Desondanks zijn we toch veilig geland op Schiphol. Onze bagage was deze keer zowaar ook mee gekomen.

Nog even wat verslagjes schrijven, en even duizenden foto’s uitzoeken. Een selectie zal zoals altijd weer over enige tijd te zien zijn. Daarover nog bericht. Het was weer een heerlijke reis…

Vulkanische activiteiten

Lassen Volcanic National Park had gelukkig beter weer voor ons in petto. Zelfs een zonnebrand. We verbleven in een kleine Cabin in Mill Creek. De dichtstbijzijnde winkel lag 32 kilometer verderop. Even boodschappen doen… Het was elke kilometer waard, want daar hadden ze de lekkerste glutenvrije chocolademuffins ooit!

Na een koude nacht (we ontdekten pas in de ochtend hoe de verwarming werkte, en we hadden al lichte nachtvorst) kregen we zon. Tijd voor een mooie wandeling angs wat geothermische-toestanden. Bumpass Hell Trail klonk wel goed. Een gids is hier ooit zijn been verloren omdat hij in een kokend hete poel stapte. Op het pad blijven dus maar. Borrelende modder, fumarolen, kokende poelen, een blauw riviertje, rookpluimen en verder witte, gele en okerkleurige mineraalafzettingen. Het was weer een fotografisch feest.

Hierna was het tijd voor een ijsje in de zon. In Lassen Volcanic is in 1915 een vulkaan uitgebarsten, die het park heeft volgegooid met stukken gestolde lava. Sommige stukken waren enorm. Na het bekijken van de ‘devestated area’ was het weer tijd voor een wandeling, nu naar Kings Creek Falls. We hadden het rijk alleen op deze wandeling naast een mooi riviertje. Nou ja, hier en daar een eekhoorn of een piet-piet-vogeltje.

Een dag later was het tijd om een andere vulkaan te gaan beklimmen. We reden naar Butte Lake, waar we een Cinder Cone op konden klimmen. Een zogenaamde ‘<a href=”http://nl.wikipedia.org/wiki/Sintelkegel” title=”nl.wikipedia.org/wiki/Sintelkegel”>sintelkegel</a>’ (zie wikipedia) die zich vormt rond een vulkaanopening. Het is meer een soort enorme aard-puist van sintels. Die was wel 250 meter hoog, en het pad liep heel stijl tegen de wand omhoog. Het materiaal is een soort grof kattenbakgrind, waarin je bij elke stap een halve stap terug zakt. Het was bijzonder uitputtend, maar de beloning was er ook naar. Je kon over de rand van de krater lopen en je had een fantastisch uitzicht over de raar gekleurde duinen, lava’bedden’, bossen en meren. In de verte lag Mt. Shasta er mooi bij. Op de top van de vulkaan stonden een paar stoere fotogenieke boompjes.

De volgende ochtend reden we naar het Lava Beds National Monument. Hier ging het met name om de grotten. Meer dan 700 lava tube caves, (<a href=”http://nl.wikipedia.org/wiki/Lavatunnel” title=”nl.wikipedia.org/wiki/Lavatunnel”>lavatunnels</a>) die ontstaan zijn doordat de bovenste laag van een lavastroom stolt. De lava daaronder vloeit dan weg, en dan ontstaan er dus tunnels. Boven de grond was het heet (van de zon, niet van vulkanische activiteit) en stond het landschap vol gele struikjes, jeneverbessen, verdorde bomen en een verdwaalde coyote. Onder de grond was het koel, donker en euh… rotsachtig, met hier en daar een hagedis.
Het mooist waren de tunnels waar een gedeelte van het plafond was ingestort. Door het zonlicht kon je mooi de grot inkijken. Blue Grotto had een mooi gekleurd plafond, yep: blauw. In de Ovis tunnel klommen we over een ingestort stuk heen, en toen bleken we de weg kwijt te zijn. Via een alternatieve route klauterden we over een berg rotsblokken de grot weer uit. Echt verdwalen konden we niet, maar het was wel spannend. De sentinel was te spannend voor mij. We hadden wel zaklantaarns, maar als ik geen hand voor ogen kan zien en een kilometer door een hele kleine ruimte moet lopen, dan slaat de claustrofobie toe. We eindigden ons avontuur in de Skull cave, waar schedels gevonden zijn van schapen en mensen. Wie zou wie gegeten hebben?

Morgen is het alweer tijd voor ons laatste park. Of bos in dit geval. We hebben een cabin geboekt in Index, in het Snoqualmie national forest. Nog even <a href=”http://www.harmony-lodge.com/riverviewcabin/” title=””>drie dagen relaxen in een hot tub met uitzicht over een rivier</a>. De plaatselijke otter schijnt jongen te hebben. Misschien gaan we die nog ontmoeten…